Zonneparken vaak beter dan landbouwgrond

Zonneparken zijn een geschikt woongebied voor planten en dieren en kunnen een grote biodiversiteit herbergen. Dat concludeert Naturalis Biodiversity Center na onderzoek bij het zonnepark van Shell Moerdijk.

Na het bestuderen van de flora en fauna op het 39 hectare groot zonnepark van het oliebedrijf, concluderen de wetenschappers dat het zonnepark zowel voor planten als dieren een goede habitat is. Dit maakt volgens Naturalis goed ingerichte zonneparken naast een bron van duurzame energie ook een veilige haven voor biodiversiteit.

Goed ingerichte zonneparken bieden een mix van zon en schaduw, paden worden nauwelijks bewandeld door mensen en ze zijn vrij van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Dit geeft planten en insecten ruim spel. Hoogleraar Koos Biesmeijer is daarom positief over de mogelijkheden die zonneparken bieden om biodiversiteit in Nederland te stimuleren: ‘De energietransitie vraagt veel van ons en zonneparken vormen steeds meer onderdeel van ons landschap. Het is belangrijk om nu kennis te genereren waarmee zonneparken goed ingericht worden en kunnen bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit.’

Lees hier een langer verhaal over dit onderwerp.

1 reactie

Klik hier om een reactie achter te laten

  • Zonneparken beslaan aanzienlijke oppervlakten met zonnepanelen, variërend van 2 tot meer dan 40 hectare. Dat levert uitdagingen rond bodemkwaliteit, vegetatie en soorten die hun leefgebied zien veranderen.

    • Verlies van leefgebied. De ruimte die zonneparken innemen kan door veel flora en fauna niet gebruikt worden. Ook soorten die in de omgeving voorkomen kunnen daarmee leefgebied kwijtraken.
    • Verandering van habitats. Meer algemeen zorgen zonneparken voor een verschuiving in de samenstelling van soorten die het gebied zullen gebruiken: grondsoorten, amfibiën, reptielen, insecten, et cetera. Daarmee hebben zonneparken vrijwel altijd een effect op het lokale voedselweb.
    • Boerenlandvogels. Specifiek voor akker- en weidevogels is openheid van het landschap belangrijk. De komst van gebiedsvreemde elementen (zoals zonneparken) kan voor deze soorten dus een verstorende werking hebben.
    • Bodem. De bodem verricht diverse ecosysteemdiensten: zo bieden ze een habitat voor allerlei soorten, leveren ze buffer- en regulatiefuncties en maken ze de productie van gewassen en andere hulpbronnen mogelijk. Licht en water zijn essentieel voor de bodemvruchtbaarheid en plantengroei. Zonnepanelen veranderen deze condities en beïnvloeden daarmee de waarde van de grond voor de natuur.
    Uit een onderzoek in Engeland bleek dat de fotosynthese onder de zonnepanelen door de schaduwwerking met maximaal 92 procent is afgenomen. Dat heeft een enorm effect op de ontwikkeling van planten bovengronds en daarmee op de aanwezigheid van insecten en andere beestjes.
    Doordat er minder plantengroei bovengronds plaatsvindt, is er ook minder voedsel in de bodem. Het bodemleven voedt zich met organisch materiaal, zoals wortel- of gewasresten. Als voeding er niet is, gaat het bodemleven en daarmee de bodembiodiversiteit achteruit.
    De bodem onder een zonnepaneel ligt als het ware braak. Een zonnepark gaat dus ten koste van het functioneren van de bodem. Als zo’n zonnepark wordt verwijderd na twintig of dertig jaar, kost het jaren om het bodemleven terug te krijgen.

    Ik zie geen positieve effecten op de bodem. Volgens mij moet men kritisch kijken waar dit niet ten koste gaat van landbouw- of natuurgronden en bodemdiversiteit.
    Om over de verandering van een (coulissen)landschap in een industrie terrein nog maar niet te praten.