Niet meer de fast fashion industrie stimuleren? Duurzame ondernemers bieden oplossingen

Wendy en Martha in kleding van Thursdays

Kleding bij een kringloopwinkel vandaan halen is zeker duurzamer, maar je houdt nog steeds de fast fashion industrie en de negatieve gevolgen daarvan in stand. Je vertraagt de cirkel alleen. Daarom zijn er ook ondernemers die een stapje verder durven te gaan.

Door Janne de Vries

Wendy ten Cate en Martha Dijkstra (foto boven) hadden genoeg van de verhalen over barre arbeidsomstandigheden en de lage uurlonen van kledingarbeiders. Hun droom was daarnaast wel om te beginnen met een eigen modemerk. Hoe combineer je die twee dingen? De twee leerden elkaar kennen op de TMO Fashion Business School. Elke donderdag aten ze samen en al snel kwam een businessplan naar voren. “We zijn een groot voorstander van duurzaam leven en we willen het goede voorbeeld geven. We willen laten zien dat het ook anders kan.” Al snel richtten ze het duurzame en transparante modemerk Thursdays op.

De zoektocht naar eerlijkheid
Daarom vlogen de vriendinnen naar het verre Hong Kong, op zoek naar een eerlijke fabriek. “We waren natuurlijk al goed voorbereid toen we naar Hong Kong gingen. We hadden een groot netwerk opgebouwd en de afspraken in de wereldstad stonden al. Na een selectie hebben we drie fabrieken bezocht om daar een keuze uit te maken,” vertellen ze. De keuze is uiteindelijk niet een hele lastige geweest: “We hadden veel contact met Amy, de contactpersoon van de fabriek die we uiteindelijk hebben gekozen. Vanaf het eerste moment was het al heel persoonlijk. Het voelde meteen goed.”

Wat voor deze ondernemers enorm belangrijk is, is dat de werknemers van de fabriek zich onder goede arbeidsomstandigheden bevinden. “De werkplaats bestaat uit een kantoor, waar Amy zit met onder andere de samplemaker. Daarnaast zit er nog een atelier in de fabriek, waar zo’n vijftien mensen werkzaam zijn,” leggen Wendy en Martha uit. “Iedere werknemer heeft een andere taak; stof snijden, strijken, naaien, inpakken. En allemaal mogen ze dat relaxed doen met hun oortjes in.”

Werknemers in de fabriek in Hong Kong

Gek bedrag
Wendy en Martha vinden vooral de transparantie van hun merk heel belangrijk. Op de webshop zal je prijzen tegenkomen als 59,46. “Dat zijn echt puur de prijzen als je alle kosten bij elkaar optelt. We ronden het niet af, zodat mensen gaan denken “hé, wat een gek bedrag”. En als ze dan even verder kijken, ontdekken ze precies waar die prijs vandaan komt.” De prijzen worden berekend op basis van een aantal factoren. De materiaalkosten, een winstmarge voor hunzelf en de fabriek, en een goed loon voor de arbeiders. De ‘living wage’, het bedrag dat iemand moet verdienen om van te kunnen leven, ligt in Hong Kong op HK$54.70 per uur (omgerekend €6,64) volgens de South China Morning Post. Martha en Wendy vinden het belangrijk dat de werknemers goed van hun loon kunnen leven en niet dat ‘het allemaal maar net uitkomt’.

Covid-19: wat nu?
Toen kwam het coronavirus opeens opdagen en dat gooide een tijdje roet in het eten. “De fabriek moest dicht en we hadden geen idee hoelang het zou duren. Het was een spannende tijd.” In China wonen veel mensen niet bij hun familie thuis omdat ze dichterbij hun werk wonen. Op dat moment was het alleen net Chinese New Year geweest, dus iedereen zat thuis. “Niemand zat alleen. Daar waren we heel blij mee.” Na een maand mocht de fabriek weer open. “Toen kwam het coronavirus in Nederland. De rollen waren opeens omgedraaid.”

Biologische en verantwoorde kleding
Niet alleen Wendy en Martha willen iets doen tegen de fast fashion industrie. Ook Janine Hamhuis zag hoe vreemd de kledingindustrie in elkaar zit en daarom zette ze 3,5 jaar geleden de biologische kledingwinkel Echt Sjaan in Zwolle op.

Het begon met een webshop waarop Janine haar zelfgemaakte kleding verkocht. Bij het inkopen van de stoffen werd ze benieuwd. Waar komt dit eigenlijk vandaan? “Ik ben mij gaan verdiepen in de herkomst en samenstelling van de stoffen. Toen kwam ik er gaandeweg achter: het is eigenlijk heel raar, de kledingindustrie,” vertelt ze. “Met mijn winkel wil ik een alternatief bieden voor fast fashion.”

De duurzame stoffen in Echt Sjaan

Het verantwoorde proces van de stoffen
Een deel van de stoffen en kleding die Janine verkoopt zijn GOTS gecertificeerd. Dat betekent dat het hele proces op een verantwoorde wijze is gegaan. De katoenplant komt van biologische zaden en er worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. Chemicaliën worden normaal gesproken veel gebruikt in de katoenwereld, wat slecht is voor het milieu, de huid en voor de boeren die het telen. De biologische productie is niet alleen gezonder voor de boeren, ze krijgen er ook een eerlijkere prijs voor.

“Het GOTS-label geldt vanaf het groeien van de plant tot het einde van de productie. Het is dus niet makkelijk om zo’n certificaat te krijgen. De organisatie is onafhankelijk en er hoort een strenge controle bij. In de fabrieken komen er onverwachte bezoeken om alles te checken,” legt Janine uit over het label. “Veel bedrijven voeren zelf een kwaliteitscontrole uit maar dan is er natuurlijk niemand die kan controleren of het klopt. Zodra het onafhankelijk is vind ik dat al een iets betrouwbaarder beeld geven.”

Niet alle kleding die Janine verkoopt is gemaakt van biologisch katoen. Er zijn namelijk nog veel meer duurzame stoffen zoals Ecovero (gemaakt van houtpulp) of Tencel (gemaakt van eucalyptusbomen). Deze zijn enorm duurzaam door het ‘closed loop’ systeem; de stof wordt gemaakt van houtrestafval en de verving gebeurt in een verfblad dat keer op keer gebruikt kan worden. Dus vrijwel geen verspilling én er hoeft geen nieuwe plant te groeien voor het product. Verder zijn er nog stoffen die gemaakt zijn van hennep, bamboe en linnen te vinden in het winkeltje aan de Assendorperstraat.


Het kledingaanbod in de winkel Echt Sjaan

Janine merkt dat vrienden en familie aan het denken zijn gezet nu ze bezig is met de duurzame winkel. Ook klanten laat ze bewuster nadenken over de keuzes die ze maken. “Niet alle klanten weten het fijne van het proces van kleding. Als je daar dan gesprekken mee hebt, beseffen ze steeds meer dat het anders moet,” vertelt de onderneemster. “Ik geef echt niet elke dag een preek over duurzaamheid, want zo ben ik niet. Maar als je gewoon gesprekken met iemand voert, komen ze er vaak wel achter dat de kledingindustrie vreemd in elkaar zit.”

Hoe loopt de winkel in deze coronatijd?
Van de coronatijd heeft Janine niet heel veel last. Klanten komen nog steeds de winkel binnen en vooral de laatste weken wordt het weer wat drukker. Het grote nadeel is dat ze geen naailessen meer kan geven en dat drukt wel behoorlijk op de kosten. Om deze lessen straks te geven op anderhalve meter afstand, ziet Janine niet echt zitten. “Het is bijna niet te doen om alles uit te leggen en voor te doen zo. Ook is naailes vaak een stukje ontspanning en gezelligheid. Die factor wordt er wel een beetje uitgehaald als je steeds op alle maatregelen moet letten.”

Voeg reactie toe

Klik hier om een reactie achter te laten