Joop van der Wal: Gedachten lezen

© PixaBay

Onze columnist Joop van der Wal mag graag zijn licht laten schijnen over onderwerpen die ons allemaal aangaan. Vaak vanuit een verrassende invalshoek. Eerdere artikelen van zijn hand kunt u hier lezen.

Door Joop van der Wal

Ergerdt u zich wel eens aan spelfauten? Of meer aan taalfouten u zich irriteert?

In de beide voorgaande zinnen staan dingen die ik tijdens de lessen Nederlands niet zo heb geleerd toen ik op school zat. Had ik deze zinnen gebruikt in een opstel, dan was er zeker in de kantlijn een opmerking geplaatst. Het alleen maar opschrijven van woorden is niet echt moeilijk, gewoon beginnen bij de eerste letter. Het maken van mooie zinnen wordt voor veel mensen al lastiger. Wanneer je jezelf wat nadrukkelijker met taal bemoeit zoals de zogenoemde linguïsten dat doen, dan blijkt dat er heel wat te zeggen valt over de manier waarop je zinnen maakt. Het is voor de betekenis van een zin belangrijk welke woorden je kiest en ook in welke volgorde je ze plaatst. Bij rechters, notarissen en advocaten is het noodzakelijk dat een zin, bijvoorbeeld in een akte of een vonnis, niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is.

Er bestaat zoiets als versluierend taalgebruik. Door de keuze van woorden kan de betekenis van een zin onduidelijk worden. Wij deden op school vroeger aan ‘tekstverklaring’: je kreeg een moeilijk stuk voor je dat je dan in eenvoudige taal moest samenvatten. Er zijn mensen die daar bewust gebruik van maken. Met name ambtenaren en politici zijn sterk in versluiering. Soms gaat een halve vergadertijd op aan het vaststellen dat iedereen het over hetzelfde heeft (‘begrijp ik goed dat u zegt….’). Er is zelfs de Anne Vondeling-prijs voor de politicus met het helderste taalgebruik.

Ik heb wel eens gedacht dat de mensen die bijsluiters maken voor geneesmiddelen zich ook bezondigen aan dat versluierend taalgebruik. Het kost je soms twee keer lezen voordat je het echt snapt. Als je tenminste de bijsluiter leest, want meer dan de helft van de mensen blijkt er niet eens aan te beginnen… Ik geef toe dat het lastig is om als wetenschapper een denkvoorsprong van minstens 10 jaar om te zetten in taal die aan de keukentafel van tante Annie begrepen wordt.

Het is belangrijk dat beide mensen die bij een gesprek zijn betrokken dezelfde taal spreken. Een van de eerste vragen zou moeten zijn: ‘wat weet u al?’ of ‘wat heeft men u verteld?’ Dat is niet een vraag om, tijd is geld, dingen niet te hoeven zeggen en sneller klaar te zijn. Het is een afstemmen van het taalgebruik: spreken we dezelfde taal, of nog beter: zitten we op hetzelfde niveau? U hebt niets aan een verhaal dat u niet kunt volgen. Dus tik de andere partij gerust op de vingers als die onduidelijk is of wanneer u het graag met andere woorden nog eens wilt horen. En als je letterlijk dezelfde taal moet spreken, is er ook nog een Tolkentelefoon. Het kan verdraaid handig zijn daaraan te denken want er zijn nog steeds geen methoden die de gedachten van de menselijke geest letterlijk kunnen lezen.

Voeg reactie toe

Klik hier om een reactie achter te laten