Hoe het huis-aan-huisblad deze coronacrisis een stukje dragelijker maakt

Een lichte tinteling kruipt over Steefke’s rug omhoog zodra ze de postbode door het raam weer op zijn fiets ziet stappen. Het is dinsdag, en dat betekent dat alle folders en de lokale kranten weer bezorgd worden in Overijssel. Voor veel mensen niets bijzonders, maar voor Steefke is het elke week weer een moment om naar uit te kijken.

Dit is een aflevering in een serie over de voor en nadelen van de ja-ja-sticker, gemaakt door studenten van de School voor Journalistiek van Windesheim. De ja-ja-sticker zou de huidige stickers moeten vervangen en alleen mensen met die sticker zouden dan het huis aan huis blad nog krijgen.

Hoewel haar kleinkinderen bij het zien van de postbode misschien een enkele keer van hun telefoonscherm zouden opkijken, loopt Steefke zo snel als ze kan richting de voordeur om te kijken wat de beste man heeft achtergelaten op haar deurmat.

Steefke zit nu nog iedere week op de krant te wachten, maar de vraag is voor hoe lang nog? De Wezepse heeft inmiddels een smartphone die haar aardig goed bevalt en haar toegang geeft tot een nieuwe wereld. Zal ze zwichten voor het digitale en het ouderwetse achter zich laten?

Het huis-aan-huisblad
En ja hoor, daar ligt-ie weer: de vrijetijdskrant, gevuld met een groot aantal dubbelgevouwen folders als extraatje. Deze vrijetijdskrant is voor veel gemeenten nog steeds een belangrijk fenomeen. Met name kleinere gemeenten zijn nog erg gehecht aan deze nieuwsvoorziening, zo blijkt onder andere uit onderzoek van communicatiewetenschapper Niek Hietbrink naar nieuwsvoorziening in de regio. “Als mensen in de samenleving willen meedoen, moeten ze weten wat er speelt. We zien daarbij dat huis-aan-huisbladen veel gelezen worden. De vraag is alleen of huis-aan-huisbladen de informatie verstrekken die burgers ook echt nodig hebben”, aldus Niek.

Echter vervult de huis-aan-huiskrant niet alleen een belangrijke functie in gemeenten, het is voor sommige ouderen ook een houvast in een moeilijke tijd zoals deze. Ook hoogleraar Plattelandsontwikkeling Dirk Strijker kan beamen hoe belangrijk een huis-aan-huisblad voor een klein dorp als Wezep kan zijn. “Vanuit mijn eigen ervaring zijn dit soort bladen belangrijk voor de lokale communicatie binnen een dorp. Niet alleen het nieuws dat er in staat is belangrijk, maar ook de advertenties”, legt Dirk uit. “Vaak heeft de gemeente meerdere pagina’s beschikbaar voor aankondigingen, uitleg en verslag van vergaderingen. Voor veel inwoners die hun nieuws niet van internet halen, zijn dergelijke bladen de belangrijkste nieuwsvoorziening over hun woonplaats en regio”, aldus Dirk.

Een huis-aan-huisblad laat men dus meer participeren in hun gemeente. Zo kunnen mensen bijvoorbeeld zelf nieuwtjes of andere berichten insturen. “Soms worden mensen uitgenodigd om hun eigen nieuws in te sturen en dan wordt daar een pagina aan besteed in het krantje”, stelt ook Nico Drok, Lector Media en Civil Society. “Het gaat dan wel vaak om nieuwtjes zoals ‘Mientje van 55 jaar heeft haar zwemdiploma gehaald’. Het is misschien niet altijd het meest boeiende nieuws, maar aan de andere kant trekt het wel lezers. Over het algemeen vinden mensen het heel erg leuk om te lezen. Het is eigenlijk een soort van human interest”, legt Nico Drok uit.

Steefke kan zich wel vinden in deze uitspraken. Helemaal in deze moeilijke coronaperiode vindt Steefke het fijn om informatie over haar dorp in het huis-aan-huisblad te lezen. Ze komt namelijk maar weinig buiten en spreekt daardoor nauwelijks nog mensen uit de buurt. De Wezepse is dan ook blij dat het krantje in Wezep nog gewoon wekelijks bezorgd wordt.

Een eventuele invoering van de ja-ja sticker kan ervoor zorgen dat Steefke het krantje niet langer meer ontvangt. Iets wat Steefke erg jammer zou vinden. “Dan raak ik niet meer zo goed op de hoogte van wat er in mijn buurt speelt. Als je zoals nu door de corona niet echt met mensen uit je buurt spreekt en je ook nog eens niet de krant kunt lezen, ja dan mis je wel de verbinding met het dorp”, vertelt Steefke. Het huis-aan-huisblad is tegenwoordig dus niet zozeer meer een vrijetijdsbesteding, maar echt een communicatiemiddel geworden.

Verder is het lokale krantje niet alleen voor de burgers in een gemeente van groot belang, maar ook voor de plaatselijke ondernemers. Mocht het erop aankomen dat een huis-aan-huisblad zoals de Schaapskooi fuseert met een groter regionaal blad zoals De Stentor, kan dit grote gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de plaatselijke slager. “Stel dat een lokale slager wil adverteren, dan zal hij niet in de Stentor adverteren, omdat dat bijvoorbeeld veel geld kost en allerlei mensen uit andere gemeenten die advertenties ook zien”, stelt Nico Drok. “Daar heeft hij niks aan want mensen uit Deventer gaan toch niet naar de slager in Wezep. Dat weten de uitgevers ook, dus die houden die huis-aan-huisbladen in stand met minimale journalistieke inspanning, bestaande uit vooral politieberichten en berichten vanuit de gemeente”, aldus Nico Drok.

Tijd voor vernieuwing
Toch neemt Steefke langzamerhand afscheid van het ouderwetse. Net voordat de coronacrisis toe sloeg kreeg Steefke een gloednieuwe iPhone cadeau van haar kleinkinderen voor haar 66e verjaardag. Flink wennen voor Steefke, zo’n smartphone. De Wezepse is al jaren de gewone huistelefoon gewend. “Die heb ik nog steeds trouwens, maar mijn kinderen vertelden me dat het zo niet langer kan. ‘Oma je moet een mobiele telefoon nemen, want dan kunnen we jou eens een appje sturen’, zeiden ze tegen me. Toen vond ik het wel eens tijd worden om er één aan te schaffen”, vertelt Steefke. De Wezepse zou zelfs openstaan voor een digitale versie van haar favoriete huis-aan-huisblad. “Ik zou wel willen leren om de krant via mijn mobieltje te lezen ja. Mijn kleinkinderen kunnen me daar dan wel bij helpen”, aldus Steefke.

Veel landelijke en regionale kranten zoals De Stentor, De Volkskrant en De Telegraaf hebben inmiddels al een online website en app. Iets wat huis-aan-huisbladen eigenlijk nog missen. Volgens Niek is de overstap naar online voor lokale kranten ook nog niet echt nodig. “De kracht van een huis-aan-huisblad is dat-ie op de deurmat valt, als je daar tenminste geen bezwaar tegen maakt. Dat nieuws krijg je dus en dat blader je door. En dat zijn dingen waar je niet echt naar op zoek bent, terwijl je online wel dingen zoekt waar je naar op zoek bent. Ik kom huis-aan-huisbladen namelijk niet online tegen, maar ik vind ze wel in de brievenbus.”

De eventuele overstap naar een online platform is dan ook niet iets waar huis-aan-huisbladen voor vrezen. Lokale kranten vrezen juist meer voor de komst van de ja-ja sticker. Mocht deze sticker in een kleinere gemeente zoals Oldebroek worden ingevoerd, is de kans volgens het huis-aan-huisblad De Schaapskooi groot dat zij daardoor lezers verliezen. “Fijn is het niet voor de huis-aan-huis bladen, met name in de steden. Ik denk dat we hier op de Veluwe wel wat lezers verliezen, maar niet veel. Mensen die geen folders in in de bus willen, hebben al een nee-nee sticker”, aldus Ronald Kloekke van De Schaapskooi.

Steefke heeft in ieder geval een duidelijke mening als het gaat om stickers voor op de deur. “Ik ben gewend dat ik folders en dergelijke in de brievenbus krijg. Dat vind ik ook leuk om te krijgen, omdat ik alles doorlees. Maar als we op vakantie gaan en we gaan heel lang weg, dan doe ik altijd een nee-nee sticker op de brievenbus, omdat ik dan een paar weken even niks wil ontvangen. Anders zit je hele brievenbus vol met oude folders en dergelijke als je terugkomt”, aldus de Wezepse.

Al met al komt het erop neer dat huis-aan-huisbladen nog steeds een grote rol spelen in onze samenleving. Ze zorgen voor verbinding in een dorp en in de streek. Daarnaast zijn ze helemaal in deze moeilijke coronatijd, voor veel ouderen waaronder Steefke een houvast in een donkere tunnel waarvan het einde langzamerhand in zicht komt.