Hoe anderhalve meter de maatschappij volledig exclusief maakt

We kunnen het inmiddels dromen, de anderhalve meter samenleving. Met voldoende afstand en minder mensen binnen een ruimte hebben we corona onder controle. En dat is van levensbelang. Van levensbelang is ook goede kwaliteit van leven, vrijheid van leven, keuzes kunnen maken en eigen regie kunnen voeren, vindt Ine Woudstra.

Door Ine Woudstra

Je zou zeggen dat wanneer je in staat bent om de anderhalve meter te hanteren, dat je dan je leven best goed kunt invullen. Je kunt je afstand bewaren tot de mensen om je heen, je plek kiezen in een ruimte en zien waar je wel of niet veilig bent. Maar voor een groot deel van mensen in onze maatschappij ligt dat echter heel anders. Mensen voor wie we de afgelopen jaren zo hard hebben gewerkt, aan meedoen, aan mogelijk maken, aan inclusie voor iedereen. Zij zien door deze noodzakelijke maatregel van gedwongen afstand dat ze weer volledig buiten de maatschappij staan. Exclusief in plaats van inclusief. Waar we al die jaren zo voor hebben gestreden, is weg.

Inclusie is een begrip geworden dat meer dan ooit mijlenver van ons af staat, wat een illusie is gebleken en wat we in al onze wijze besluiten volledig niet meenemen…

Kunt u zich bedenken hoe je reist als je blind of slechtziend bent? Het openbaar vervoer is de manier van reizen waar deze doelgroep gebruik van maakt. Ik zag de aanpassingen op station, in trein en bus waarbij stickers en looprichtingen visueel zijn gemaakt. Een sticker geeft aan of je wel of niet plaats kan nemen op een stoel, pijlen geven aan welke looprichting er wordt gehanteerd en waardoor je voorkomt dat je iemand te dicht nadert.

Iemand die als deze visualisaties niet kan waarnemen, kan dus niet (veilig) volgens de maatregelen en afspraken gebruik maken van het openbaar vervoer. Iemand die geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer zit gedwongen thuis en kan dus niet meedoen.

Kunt u zich voorstellen dat je minder goed hoort en afhankelijk bent van het zien van iemands gezicht, niet alleen zijn of haar mond en mondgebruik, maar ook de lichaamstaal die van het gezicht spreekt. De afstand waarop iemand nu spreekt, het vaak gebruikte plastic tussenscherm, én het deels afgedekte gezicht zorgt ervoor dat het voor een grote groep slechthorenden vrijwel onmogelijk wordt om goed te kunnen communiceren.

Iemand die niet mee kan communiceren, wordt niet gehoord en kan dus niet meedoen.

En wanneer je een fysieke beperking hebt, is de wereld vol obstakels sowieso al een uitdaging. Kun je nog rekenen op iemand die je even een zetje geeft, die je ondersteunt, helpt of begeleidt? Dat wordt lastig met anderhalve meter afstand. Onbeperkt op stap kunnen gaan, naar buiten gaan en de wereld beleven met een fysieke beperking zonder te weten wat je onderweg tegen gaat komen, is een onmogelijkheid als je daarbij weet dat je niet automatisch kunt rekenen op een beetje hulp.

De grote groep van mensen met een verstandelijke of cognitieve beperking woont veelal in een instelling. Integratie van deze groep is jarenlang ons streven geweest. We zagen deze mensen graag buiten de instelling, in de wijk, op de markt, tussen ons allen in. En nu…ik zie de dranghekken letterlijk om het terrein van de verpleeghuizen staan. Deze mensen hebben geen besef van afstand, zij weten en voelen als geen ander hoeveel wij allemaal behoefte hebben aan intermenselijk en vooral fysiek contact. Nu dat niet mogelijk is, is de ‘beschermende omgeving’ van de instelling voor hen weer de dagelijkse realiteit. Deze groep doet niet meer mee.

We zitten in de fase waarin we vooral, met de versoepelingen, ons verstand moeten blijven gebruiken. Wat kan wel en wat kan niet, gelet op de besmettingen en de mensen die dagelijks aan het virus overlijden. Dat we ondertussen groep na groep volledig buitensluiten en vooral de rechten die zij hebben van hen afnemen, realiseren wij ons helaas veel te weinig

Ine Woudstra is actief in de politiek in de Achterhoek.

Voeg reactie toe

Klik hier om een reactie achter te laten