Arjan Pronk: KIEKEBOE

Midden in de nacht stond ik suf naast mijn bed. Ik meende toch stellig dat ik kiekeboe hoorde. Mijn bed was leeg, dat werd goed duidelijk toen ik het licht aan deed. Ik riep vanzelf koekoek, als een dier. Mijn vale spijkerbroek stond zowat rechtop in de hoek. Dat verbeeldde ik me in ieder geval niet. Mijn maag protesteerde tegen deze plots ingezette actie. Was hij het misschien, de kiekeboeroeper…
Ik wreef door mijn baard en dook mijn nest weer in.
Oh kut, de lamp.

Door Arjan Pronk

Na wat gedraai was ik weg en ik hoorde zwoele lippen caramba in mijn oor fluisteren. Ik gleed in een bad vol warme vla en greep haar vaster dan een kind zijn knuffel. De kokos vloerbedekking batste me uit mijn fluïde tantra-trip en ik ontwaakte languit op mijn pens naast het bed. Als een koekoeksjong zonder veren uit het nest gefikkerd.
‘Pssst’, hoorde ik van onder mijn bed vandaan komen. Kolere, wat nou weer.
Ik greep de altijd paraat staande gordijnroede en poerde wreed in de stoffige onderwereld. Geen kik, geen gedaante.
Die roede was mijn killer. Mijn beste Ikea aankoop ooit, een vleeshaak van jewelste met zo’n lompe barokke krul. Toen een bijdehante draak in geel-blauw tenue het ding uit een schap trok zag ik het bloed er al vanaf lopen.

Buiten stond een koppeltje opgeschoten puistenkoppen te hangen onder mijn raam. Alsof een kudde geile flikkers me een serenade bracht. Negeren lukte even, totdat ik de irritantste hoorde tetteren dat ie zin in neuken had.
Plat op mijn buik raakte ik alles, als pannenkoeken beslag op mijn matras. Alle spieren in rust, behalve mijn hart. Geen fut om mijn kop een kant op te gooien, recht met de bek in het kussen, nat van zweet en zever.
De verse baarden in de keel braken de nacht en mijn beheersing, die tyfus aanvoerder bleef maar hinniken over zijn drang tot copuleren. Beren zou ie nooit leren. Zelfs de treiterende muggenteefjes vergat ik door dit zatte gezeik.
Aan de spijlen rees ik me op als een feniks uit zijn as en greep in één beweging mijn dubbeloops jachtgeweer van de gekalkte muur. Mijn keumes hing uit het raam voordat ie los was. Ik donderde door het gewicht van mijn apparaat zowat op de kop naar buiten. Mijn hak vond goddank de rand van mijn eiken bed. Het was kil en de trekker likte mijn vinger. Ik mikte op zijn kop, klikte de haan en blies hem vol in z’n murf. Zo, die had geen puistencreme meer nodig…
Kiekeboe.
Tering, daar is ie weer.

Die Tarantino film zo vlak voor het ronken was me niet in de koude kleren gaan zitten, ik ijlde ervan. Ik checkte m’n gun, liep als een zombie richting de keuken en greep een zak aangebroken borrelnoten, voor als er een fuif is. De bek onder de kraan en doezelig terug naar mijn verfrommelde nest. Het koude water droop door mijn baard en landde op mijn bezwete bast. In de gang kwam ik mijn spijkerbroek tegen, ik zei moi en hij rammelde terug met kleingeld en munten. De rode boerenzakdoek hing als een slip uit mijn kontzak. Na wat ge-crunch sukkelde ik rechtop in een muffe coma en ik droomde in no time over de geur van napalm in de morgen.

De hazenslaap duurde korter dan het speelkwartier, kiekeboe was de bel.
‘Pleur godverdomme eens op met je ge-kiekeboe’, schreeuwde ik tegen de nacht. Met de afdruk van noten in mijn rug zocht ik hellig naar oordoppen. In een leeg bloempotje vond ik er twee, ze leken op kaaschips. De kerkklok sloeg 6 keer, mijn hart sloeg over, de nacht was kapot.

Toen mijn wekker onnodig begon te balken sloeg ik blz 100 van Keith’s ‘Life’ om. Die ouwe rocker grijnsde me al een tijd toe, met z’n doodskop op mijn nachtkastje. Zou hij misschien….
Kiekeboe

Voeg reactie toe

Klik hier om een reactie achter te laten